New adventures in camouflage – 2019 deel 2 – Mark Hoedemakers – Blog

Favoriet Favoriet
New adventures in camouflage – 2019 deel 2 – Mark Hoedemakers – Blog

In de vorige blog ging het over de maanden april & mei van 2019, nu neemt Mark Hoedemakers jullie mee naar het verdere verloop van zijn voorjaar, de maanden mei en juni.


Deel 2 – mei & juni

Mark vertelt: Op een verstrooide ochtend leert een druk op de homeknop van de smartphone me dat het 19 juni is. Het schooljaar loopt weldra ten einde. Examentijd. Heerlijke tijd. Druk op de ketel en presteren nondeju. Ik open de deuren voor frisse lucht, waarna ik verder slenter door een aula gevuld met 110 leerlingen. Ze zijn allen 14 à 15 jaar, een uitzondering buiten beschouwing gelaten, en ze zwoegen en zweten op een examen geschiedenis. Je mag het oneens zijn met me, maar ik vind dat een ontzettend belangrijk vak.

De wetenschap van dat wat geweest is, de kennis van wat er zich door de eeuwen heen heeft afgespeeld op onze aardkloot. Hoe men in alle onwetendheid ooit, door planning of net door het gebrek daaraan, inzichten verwierf. Hoe evolutie en revolutie elkaar afwisselden en zo tijdsgewrichten creëerden. Signs of the times. Tekenen des tijds. Hoe goed we het hier eigenlijk hebben in het westen van Europa en hoe zulks mede te danken is aan de industriële revolutie of de Verlichting. En hoe de mensheid ook zo vaak keihard op haar bek is gegaan door toedoen van dommekloten, losers en de belichaming van het kwaad die in meerdere personen gewoekerd heeft. Met vallen en opstaan zijn we hier geraakt, in dat hier en dat nu. En we staan verdomme nog steeds op wankele benen.

Het leuke is: elke levensloop van elk individu, of elke karper zo u wil, is ook geschiedenis. Een micro-geschiedenis die in 99% van de gevallen (99,99% als je die karpers mee telt) weinig of geen impact heeft op bevolking, de natuur of de wereld. Maar gelukkig wel op een veel kleinere schaal in de gemeenschap rondom je. Iedereen maakt een verschil. Onze eigen geschiedenis documenteren we bovendien beter dan ooit, met de komst van de sociale media. Instagram, Facebook en consoorten zijn de hedendaagse versies van dagboeken uit een nog niet zo ver verleden. Fotoboeken zijn passé, alles is nu digitaal. Op het scherm, op een harde schijf, een stick of in de cloud. Daar leeft al die data verder, bij de gratie van zoemende servers. Daar zal ook deze blog terecht komen, eens ie online wordt gezwierd…

De sessie van 16 en 17 mei

Racing Genk is kampioen van België. Een verdiende overwinnaar na een heel seizoen de vaderlandse voetbalcompetitie te hebben gedomineerd. Limburg – of toch een groot deel van die provincie – viert feest en de Genkse binnenstad bruist weer als vanouds. Als Anderlechtsupporter gun ik de sympathieke Genkenaars de titel van harte, en toog ik naar de waterkant. Op zoek naar alternatief succes in de vorm van voorjaarskarpers.

De druppels vallen uit de bomen. Alsof ze zweten. Misschien is het een voorbode voor de regen die straks komen zal. Gisteren ben ik zo’n 5 kilogram FU5-boilies komen voorvoeren met dochter Amélie. Voeren is een feest op die manier! Gehuld in haar paars en roze zwemvest kweet ze zich voortreffelijk van haar taak en belangrijker nog: ze had er lol in. Eenmaal weer voet aan wal gezet, sprak ze me kordaat toe: “Ik moet pipi doen. En hier is geen wc!” Als goede vader leerde ik haar gehurkt plassen in het gras. Een levensles.

Met de rigs op scherp ga ik rond middernacht slapen, om slechts een half uurtje later weer in de boot te staan. Na een korte, schokkerige dril land ik een spiegeltje van 6,1 kg. Gehaakt pal tegenover de stek, in de kom naast een uit de kluiten gewassen boom, waar ook heel wat jong riet de ondieptes tooit. ’s Morgens volgt vanop dezelfde plek een schubje. 3,6 kg weegt deze. Na enkele keren beroep te hebben gedaan op de zelfontspanner, komt dit keer Kristof foto’s maken. We babbelen tijdens de fotosessie wat over koetjes en kalfjes, en terloops vertelt ie me dat er zo’n 125 karper huizen in de zandwinningsplas. Quasi allen kweekvissen, geselecteerd op bouw en beschubbing, aangevuld met een trits schubjes uit de geslaagde paai van enkele seizoenen geleden. Een leuke mengelmoes in een evenwichtig biotoop. Zo heeft Hoedi het graag!

Sessie van 24 en 25 mei

Ons Belgenland bevindt zich aan de vooravond van de verkiezingen. De hoogmis van de democratie, het moment om kleur te bekennen, je stem te laten horen en mee richting te bepalen. Net dat laatste is belangrijk, want hoewel met het huidig kiessysteem je als burger weinig vat hebt op welke namen wel of niet verkozen worden, kan je wel duidelijk kiezen voor een programma, een project of een maatschappelijke visie. Ach, we zien wel hoe de teerlingen zondag geworpen worden, nu is het tijd voor een nachtje en ochtend aan de waterkant. Ik hoop op een goede uitslag voor mezelf, als visser.

Na een lange werkweek ben ik moe, maar voldaan. Ik vecht met momenten tegen de slaap, maar hou halsstarrig vol. Terwijl de zon al lang achter de einder schuil gaat, lees ik op m’n tablet de krant. ’n Dagelijks ritueel dat zich de ene dag ’s morgens, de andere keer ’s middags en een enkele maal ’s avonds laat afspeelt. Als ze maar gelezen is. Noem me gerust een infobeet. Ik ben graag op de hoogte van wat er reilt en zeilt. Wikipedia is ook zo’n oase van info waar ik graag in rond snuister. Wat voor de ene een afwijking is, is voor de ander een deugd.

Net als ik, doorvoed van nieuwtjes en weetjes, de slaapzak wil opzoeken, slaakt de beetmelder van de linkerhengel een piep. De rig ligt op zo’n 250 meter afstand, tegen de overzijde geposteerd. Ik neem de stok op, breng hem zachtjes omhoog en voel enkel de lijn wat strak trekken onder water. Een lijnzwemmer, denk ik bij mezelf. De hengel gaat terug op de Delkim en nu is het dan eindelijk bedtijd.

Voor dag en dauw word ik gewekt door iets wat op een terugloper moet lijken. De lijn van de hengel richting de baai aan de overkant valt slap, maar er is niets dat wijst op een aanbeet. Geen enkele weerstand is merkbaar bij het opnemen van het tuig. Alleen het lood wordt verplaatst. Ik vaar de montage opnieuw uit en verspreid een handje boilies in het rond. Eenmaal op kant draai ik meteen de meest rechtste hengel in. Deze geeft al enkele sessies geen enkel teken van leven meer en ik besluit hem te verplaatsen naar de grote kom aan de linkerkant van de landtong waarop ik me bevind. Daar bevind er zich ook een interessant strookje waar ik met Amélie eergisteren nog voer te water liet. Wie niet waagt, niet wint. Ik nestel me in m’n onderkomen voor het laatste uurtje, weldra wordt het licht.

06:40 staat er te lezen op de telefoon, wanneer ik ’s morgens wakker word. Een gevoel van ontgoocheling maakt zich prompt meester van me. Ik had er meer van verwacht, van die dekselse nacht. Ik zet me op de rand van het veldbed, veeg de slaap uit de ogen en rek me uit. Lang duurt het ochtendritueel niet, want er schreeuwt plots een beetverklikker om aandacht! Het is de hengel die aan de overzijde ligt en die vannacht het (wellicht) lijnzwemmertje op z’n conto bij mocht schrijven. De dril die volgt is er eentje op het scherpst van de snede. Eigenlijk voel ik reeds van meet af aan dat het om een betere vis gaat. Een log gevaarte verplaatst zich in mijn richting, weg van de oever in de verte. Pas wanneer ik zo’n 50 meter lijn gewonnen heb en de rubberboot het ruime sop kiest, gooit ie het roer om en doet er vreemd genoeg alles aan om terug te keren naar de plaats waar ie gehaakt is. ’n Soort van Stockholmsyndroom misschien?! Wat volgt is bonken en beuken. Het diepe, heldere water vormt het ideale strijdperk voor een potige dril. Een schim onder de boot krijgt meer en meer kleur en contrast. Een bak doemt op uit de diepte, en geeft zich aan me over. Ik onthaak de karper in het schepnet, hang het net naast de boot en controleer de scherpte van de haak. Die is nog prima en ook het in boterzuur gedrenkte pop-upje is nog intact. Met de wijsvinger breng ik opnieuw de juiste curve in de rig, waarna deze meteen terug op het juiste plekje belandt. Met een voet op de netarmen, de lijn tussen de vingers van de ene hand, en de andere hand aan de motor, zet ik koers richting land. Daar velt de unster haar verdict: 21,3 kg karpervlees! De eerste veertiger van het seizoen. Een vis uit de top 5 van het water. Yes! Meer dan tevreden met deze ommekeer zak ik het beest even in de sling, om vervolgens Kristof te bellen. Die geeft meteen thuis en meldt me binnen een half uurtje aan de plas te zijn.

In afwachting van zijn komst tuur ik naar de waterpartij, die zonet een van haar schatten aan me heeft prijs gegeven. Nog voor de beetmelder alarm slaat, merk ik dat de lijn van dezelfde hengel slap valt, om meteen weer strak te trekken. Vliegensvlug graai ik naar de hengel en maak ik contact met een nieuwe opponent. Dit keer levert een spiegel met ruim 9 kilogram vlees rond de graten strijd. Ook deze dril verloopt voorspoedig en als Kristof arriveert, hangen er twee goed gevulde slings te wachten op een fotoshoot. Een shoot die met horten en stoten verloopt. Versta me niet verkeerd: de karpers werken meer dan goed mee en gaan na enkele fraaie plaatjes weer gezwind te water, maar tijdens het schieten van digitale beelden ging er weer een karper met het snoepje in de verte aan de haal. De routine van varen naar de overzijde, het afhaspelen van de dril, het onthaken in het net en het terug werpen van de rig herhaalde zich opnieuw. En opnieuw. En opnieuw…

Even later pak ik doorweekt in. Vijf karpers op enkele luttele uurtjes tijd. Lang geleden dat ik nog zo’n heksenketel mee mocht maken aan de waterkant. ‘k Was haast vergeten hoe goed zo’n portie smaakt. De laatste keer heksenketel ging het om aangebrande goulash, bij mijn goede vrienden aan Heylakker…

Een schubje, twee fraai beschubde spiegels, een halve rijen en een kolossale spiegel kleuren de ochtend. Beauties and the beast. Nog allemaal met de lente tussen de lenden, wachtend tot de paai in de kop komt. Ik wens het hen van harte toe en start de auto, die vanbinnen heerlijk naar vissenslijm ruikt.

Epiloog

Er zal nog welgeteld één sessie volgen, een kleine week later. Het stormt die dag, en ik kies – rekening houdend met lijf, leden en spullen – voor de stek op het strand. Nu in het bos op de landtong post vatten, lijkt me te gevaarlijk vannacht. Een geknakte berk even verderop, sterkt mijn gedachten voor deze keuze. Vanaf deze stek kan ik ook een hengel richting de hotspot van verleden sessie vissen. Een achtergelaten steun van Dennis verraadt dat ook hij de productieve plekken ondertussen in kaart heeft.

Het blijft de hele nacht spoken. Het waait hard en waait nog harder. Ik beleef een slapeloze nacht die bij het ochtendgloren ook visloos blijkt. Vreemd. De wind staat vol op deze kant en een week geleden liep het als een tierelier. Dit keer is Dame Fortuna me minder gunstig gezind, en wint Moeder Natuur het pleit. Ik blank en zwaai het voorjaar van 2019 uit. Op naar de zomer! Op naar het najaar! Op naar meer…

Mark Hoedemakers


Nieuwsgierig naar nog de vorige blogs van Mark? Klik dan hier!

Eén van de meest gerespecteerde vissers van de Benelux is Mark Hoedemakers. Sinds een aantal jaar is hij VBK voorzitter en al jarenlang doet hij 100 % zijn eigen ding in zijn visserij. Op KWO gaat hij bloggen over zijn karper avonturen én over het VBK.